MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 

Voorlopige voorziening

Als u het met een besluit van een bestuursorgaan niet eens bent kunt u beroep instellen. Het beroep schorst echter niet de werking van het besluit waar u het niet mee eens bent. Dat betekent dat het besluit wel in werking treedt en geldig is. Om te voorkomen dat er door dat geldige besluit een onomkeerbare situatie ontstaat, kunt u in een spoedprocedure aan de voorzieningenrechter van de rechtbank vragen om een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek wordt dan ook bij de sector bestuursrecht behandeld en wordt aanhangig gemaakt door het indienen van een verzoekschrift gericht aan de voorzieningenrechter. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet schriftelijk worden ingediend en moet de naam en adres vermelden van de verzoeker. Bij het verzoekschrift moet een afschrift van het besluit waarmee u het niet eens bent, worden overgelegd. Voor een verzoek om een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Er gelden twee bijzondere eisen voor een verzoek om een voorlopige voorziening. De eerste is dat bij het verzoek moet worden aangetoond dat er een snelle (voorlopige) beslissing van de voorzieningenrechter noodzakelijk is (het vereiste van de spoedeisendheid). Als uit de aard van het besluit of uit het verzoekschrift niet onmiddellijk blijkt welk spoedeisend belang u heeft bij het vragen van een voorlopige voorziening, zal dit op de zitting als eerste aan de orde komen. Soms is het al zonder meer duidelijk wat het spoedeisend belang is: als er een kapvergunning is afgegeven volgt uit de aard van het besluit al dat er bij een verzoek om een voorlopige voorziening aan het vereiste van spoedeisendheid is voldaan (als gewacht zou worden tot de normale bezwaar- en beroepsprocedure is doorlopen is de boom al gekapt en dat is niet meer te terug te draaien in het geval de rechter achteraf concludeert dat de kapvergunning ten onrechte is afgegeven).
Het tweede bijzondere vereiste is dat een verzoek om een voorlopige voorziening alleen kan worden ingediend als er uiterlijk tegelijkertijd met het indienen van een verzoekschrift ook een beroepschrift is ingediend tegen een besluit. Een afschrift van het beroepschrift moet dan ook bij het verzoekschrift worden overlegd.

Het verzoekschrift dient gemotiveerd en in tweevoud te worden ingediend. In geval van een gecombineerd verzoekschrift/ beroepschrift is inzending in viervoud vereist.
Het verzoekschrift zal - voor zover van toepassing - moeten vermelden:

  • het toevoegingsnummer;
  • de naam van de wettelijk vertegenwoordiger van de verzoekende partij, indien het verzoek wordt ingediend door/ namens een rechtsperso(o)n(en); ten bewijze daarvan moet een uittreksel uit het handelsregister worden overgelegd;
  • de naam van de wettelijk vertegenwoordiger, indien het verzoek wordt ingediend namens een handelingsonbekwaam persoon.  

Zo spoedig mogelijk na de indiening van het verzoek worden dag en uur van behandeling ter zitting bepaald, tenzij de fungerend voorzieningenrechter van de rechtbank van oordeel is dat onderzoek ter zitting niet noodzakelijk is en beslist kan worden zonder zitting. Van het tijdstip van behandeling ter zitting wordt aan partijen (zo nodig telefonisch en) schriftelijk mededeling gedaan. Aanbevolen wordt bij de indiening van het verzoek om een voorlopige voorziening ook de verhinderdata voor behandeling ter zitting door te geven.  

De op de zaak betrekking hebbende stukken worden bij het bestuursorgaan -onder toezending van een kopie van het verzoekschrift (met bijlagen)- schriftelijk opgevraagd met verzoeke deze op korte termijn in te zenden.
Na ontvangst van die stukken wordt een kopie daarvan aan de verzoekende partij en eventuele derde-belanghebbende toegezonden.
Voor de behandeling ter zitting kan aan de verzoekende partij worden gevraagd aan te tonen dat het verschuldigde griffierecht voldaan is.

De voorzieningenrechter beslist over het verzoek om een voorlopige voorziening op grond van de stukken in het dossier en het onderzoek ter zitting. In de regel wordt er schriftelijk uitspraak gedaan binnen een termijn van één of twee weken. Het is mogelijk dat de zaak zo bijzonder spoedeisend is dat direct mondeling uitspraak wordt gedaan, gevolgd door een schriftelijke uitspraak waarin u dan de motivering kunt lezen. De voorzieningenrechter beslist ook over het griffierecht en over de proceskosten. De uitspraak wordt aan uw gemachtigde gezonden, of aan u zelf als u geen gemachtigde heeft. Van een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening kunt u niet in hoger beroep.

Als het verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend terwijl er tegelijk (of al eerder) een beroepschrift is ingediend tegen hetzelfde besluit, kan de voorzieningenrechter tegelijk uitspraak doen in het verzoek om een voorlopige voorziening en in de beroepszaak (de zogenaamde kortsluiting). De beroepszaak en het verzoek om een voorlopige voorziening worden kortgesloten als de voorzieningenrechter na de behandeling van de zaak op zitting van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niets nieuws meer zal toevoegen voor de beoordeling van de zaak. Als het verzoek om een voorlopige voorziening en de beroepszaak in één uitspraak worden kortgesloten, kunt u wel in hoger beroep voor zover het gaat om de beslissing in de beroepszaak maar niet van de beslissing over de voorlopige voorziening.

 

Terug naar vorige pagina