MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 
Molen de Salamander te Leidschendam, KB 9 Februari 1984

Uitspraak gepubliceerd: AB Rechtspraak Bestuursrecht 1984, 377

Relevante gegevens:

Houtzagerij, eigenaar van houtzaagmolen De Salamander, in beroep tegen plaatsing van de molen op de (rijks)monumentenlijst. De molen is tot omstreeks 1954 volledig in gebruik geweest als houtzaagmolen, maar het gebruik ervan werd onmogelijk nadat omstreeks 1958 de windvang verloren ging door oprichting van flatgebouwen in de nabijheid. Onderhoudswerkzaamheden werden sindsdien achterwege gelaten en de molen raakte spoedig in verval. In 1966 had de houtzagerij reeds van de provincie een sloopvergunning verkregen, met o.a. als voorwaarde de sloop binnen 12 maanden. Daar is destijds van afgezien, omdat gemeente en vereniging De Hollandsche Molen plannen ontwikkelden om de molen te verplaatsen en te restaureren. Dat is echter niet gelukt.  De houtzagerij vreest nu dat plaatsing van de molen op de monumentenlijst de voor de houtzagerij bedrijfs-economisch noodzakelijk modernisering en uitbreiding zou tegenhouden omdat sloop van de molen in de toekomst niet langer mogelijk zou zijn.

Oordeel Kroon:

De Kroon constateert dat de molen van bijzondere waarde is wegens zijn zeldzaamheid en de redelijke gaafheid van de ongebruikelijke moleninrichting (te weten aandrijving  d.m.v. stoomkracht, en later ook elektriciteit, als ook via windkracht) en voldoet aan de eisen, die gelden voor opneming op de monumentenlijst.
Weliswaar is de molen sterk in verval geraakt, maar naar het oordeel van de Kroon doet dat niet in doorslaggevende mate afbreuk aan de waarde van het monument, terwijl herstel van de molen in fasen, gezien de constructief nog redelijke toestand, zeker nog mogelijk zou zijn. Op grond daarvan wordt door de Kroon de plaatsing van de molen op de monumentenlijst juist geacht.
(Noot: Overigens belet deze plaatsing niet dat de molen gesloopt wordt. Blijkbaar is er in het verleden bij de minister van CRM ook een  sloopvergunning aangevraagd, waarop deze niet binnen de geldende termijn heeft beslist. Op grond daarvan is een (fictieve) sloopvergunning verleend waarvan de geldigheidsduur niet aan een bepaalde termijn is gebonden. De Kroon verklaart in haar uitspraak het beroep tegen plaatsing van de molen op de monumentenlijst ongegrond, maar constateert vervolgens dat er een vergunning van kracht is die aan de houtzagerij de mogelijkheid biedt de molen af te breken)

 

Terug naar vorige pagina