MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 
Beltmolen De Hoop te Bavel; Rb. Breda 20 april 2001

Vindplaats: LJN AB1249 (zie www.rechtspraak.nl)

Relevante gegevens:

B&W van Breda hebben een vrijstelling verleend voor de aanleg van een geluidswal van omstreeks 15m hoog. De eigenaar van de Bavelse molen voert aan dat door de voorgestelde hoogte van 15 meter de windvang wordt aangetast en dat de te verwachten windturbulentie eveneens een negatief effect heeft op het functioneren van de molen.

T.a.v. de mogelijkheid de geluidswal lager uit te voeren heeft Adviesbureau Peutz gerapporteerd dat daardoor de op- en neerwaartse geleiding van de wind weg zou vallen, waardoor een turbulente stroming zou gaan optreden, hetgeen reeds op voorhand onaanvaardbaar wordt geacht voor het windklimaat van de molen.

Ook de StAB heeft een rapport uitgebracht. Omtrent de gevolgen voor de beltmolen ‘De Hoop’ door de aanleg van een 15 meter hoge geluidswal concludeerde de StAB dat nog onvoldoende duidelijk is gemaakt dat het windklimaat ter plaatse niet op onaanvaardbare wijze zal verslechteren. Een nader onderzoek naar het aantal draaiuren van de molen en de mogelijk optredende turbulentie in de toekomstige situatie zou naar de mening van de StAB op zijn plaats kunnen zijn. Deze conclusie is door de StAB gebaseerd op de stelling dat het onderzoek van Peutz niet alle informatie verschaft over het toekomstig functioneren van de molen na de aanleg van de geluidswal.

De rechtbank Breda oordeelt:

De rechtbank stelt - in navolging van de StAB - voorop dat in het windtunnelonderzoek van Peutz de gegevens over de afname van de windsnelheid het resultaat zijn van metingen op een model waaraan een groter gewicht moet worden toegekend dan aan de berekeningen van "De Hollandsche Molen", welke gebaseerd zijn op gegevens die afkomstig zijn uit experimenteel onderzoek en op theorie. Daarbij tekent de rechtbank aan dat niet is gebleken dat de metingen op onjuiste wijze hebben plaatsgevonden. Voorts overweegt de rechtbank dat Peutz, naar aanleiding van de door de StAB opgeworpen aarzelingen, de reeds verrichte metingen nader heeft uitgewerkt en aan de hand daarvan heeft geconcludeerd dat, zo het windklimaat bij de molen als gevolg van de 15 meter hoge geluidswal al zou verslechteren, de verandering van het aantal draaiuren per jaar in het operationele windsnelheidsgebied van de molen naar verwachting beperkt zal zijn. Er bestaat geen aanleiding om nog nader onderzoek te verrichten, aldus Peutz.

Naar het oordeel van de rechtbank kleven aan dit rapport noch aan de eerdere door Peutz in dit verband geproduceerde rapporten naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken dat verweerder deze niet in redelijkheid ten grondslag heeft kunnen leggen aan zijn standpunt dat bij afweging van de betrokken belangen het volkshuisvestingsbelang dient te prevaleren boven het belang van eiser bij een ongewijzigd windklimaat.

 

Terug naar vorige pagina