MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 
Molen De Hoop te Veere; ABRvS 17 mei 2006

Volledige uitspraak: LJN AX2136

Relevante gegevens:

Beroep tegen het besluit van GS van Zeeland omtrent de goedkeuring van bestemmingsplan ‘Rijksweg N57 en rondweg Serooskerke’ van gemeente Veere. Aangevoerd wordt o.a. dat het plan leidt tot onevenredige nadelige gevolgen, nu de windvang van de molen zal worden beperkt door een geluidwerende voorziening op 59 m ten westen van de molen t.b.v. een begraafplaats. Het bezwaar is gericht tegen een verhoging van deze voorziening van 2,50 m naar 3,50 m. Bovendien wordt gevreesd dat het vrachtverkeer windschiftingen en turbulentie tot gevolg heeft die het wiekenkruis van de molen aantasten.

Volgens advies van de Rijksdienst voor Monumentenzorg (RDMZ) zal bij een juist geprofileerde wal de aanleg van de nieuwe N57 geen wezenlijke invloed zal hebben op het functioneren van molen ‘De Hoop’. Wel wordt geadviseerd de wal aërodynamisch vorm te geven, de hoge beplanting bij de begraafplaats aan te passen aan de biotoopeisen en geen nieuwe hinderlijke begroeiing aan te planten. Tot slot wordt geadviseerd een verbeterd wieksysteem, bestaande uit fokken met automatisch werkende remkleppen op de wieken, aan te brengen. Wat betreft het passerende vrachtverkeer stelt RDMZ dat de passagetijd van het verkeer ter hoogte van de molen betrekkelijk kort zal zijn, zodat de verstoring kort zal zijn. Gelet op onder meer de zwaarte van het wiekenkruis is het onwaarschijnlijk dat de molen hierop zal reageren.

Ook vereniging ‘De Hollandsche Molen’ heeft een rapport uitgebracht over de invloed van de nieuwe N57 op de molenbiotoop. Daarin wordt o.a. vermeld dat tot 100 m vanaf de molen obstakels niet hoger mogen zijn dan de hoogte van de belt, zodat windwervelingen die veroorzaakt worden door obstakels zodanig afgezwakt worden dat de wind zich kan herstellen en derhalve geen gevaar voor de molen oplevert.

Oordeel ABRvS:

Aangezien appellant geen bezwaar heeft tegen de oprichting van een geluidsvoorziening van 2,5 m dient beoordeeld te worden of de verhoging van één meter van de met het plan voorziene geluidwal zich verdraagt met een goede ruimtelijke ordening. Uitgangspunt is dat de molenbeschermingszone met een straal van 100 m in beginsel obstakelvrij dient te blijven. De Afdeling overweegt dat niet gebleken is dat een geluidwal met een maximale hoogte van 2,5 m de rust en verstaanbaarheid op de begraafplaats onvoldoende zou kunnen verzekeren. De Afdeling oordeelt daarom dat GS het belang van een goede windvang voor de molen onvoldoende bij de beoordeling heeft betrokken. Het besluit is in zoverre in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid genomen.

Wat betreft de mogelijke aantasting van het wiekenkruis als gevolg van windschiftingen en turbulentie door het vrachtverkeer wordt overwogen dat gelet op het advies van de RDMZ geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de molen hierop zal reageren.

 

Terug naar vorige pagina