MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 
Schaapweimolen te Westland; Vz Rb. Den Haag 10 april 2006

Volledige uitspraak: LJN AY0055

Relevante gegevens:

B&W van Westland hebben een bouwvergunning verleend voor een schakel/transformatorstation, inclusief o.a. hoogspanningsmasten, die gedeeltelijk in de molenbiotoop van de Schaapweimolen zullen worden geplaatst. Ter plaatse geldt o.g.v. bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Wateringse Veld’ voor de molenbiotoop een 1:30 regeling, In situaties waarin de vrije windvang en het zicht op de molen reeds beperkt zijn is afwijking van bovengenoemd criterium mogelijk, mits de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder beperkt worden. Volgens de 1:30 regeling zou op de kortste afstand van het perceel tot de molen (130 m) tot een hoogte van maximaal 6,88 m gebouwd mogen worden, en op de grootste afstand van de molen (400 m, de grens van het molenbiotoop) tot een hoogte van 15,88 m. Vast staat dat het bouwplan voorziet in bebouwing die hoger is, te weten drie hoogspanningsmasten van 48 m hoog en vijf afspanportalen van 25 of 26 meter hoog.

Een bewonersvereniging vraagt een voorlopige voorziening.

Oordeel voorzieningenrechter:

In de huidige situatie zijn zes hoogspanningsmasten met een hoogte van 39 m aanwezig, waardoor de vrije windvang en het zicht op de molen reeds beperkt zijn. Dit betekent dat hoger gebouwd mag worden dan de berekende hoogtelijn van 6,88 tot 15,88 m, mits de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder beperkt worden.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een verdere beperking van de windvang en het zicht op de molen, buiten beschouwing te blijven de bebouwing lager dan genoemde hoogtelijn. Bij dergelijke bebouwing is immers nog geen sprake van een ‘afwijking’ van de neergelegde norm en worden de door die norm beschermde belangen van windvang en zicht op de molen niet aangetast. Dit betekent dat het bouwplan voor zover dat hoger is dan genoemde hoogtelijn, d.w.z. de drie hoogspanningsmasten en de afspanportalen, moet worden vergeleken met de bestaande masten voor zover die hoger zijn dan die lijn.

Weliswaar zijn de drie hoogspanningsmasten hoger dan de bestaande masten en worden vijf afspanportalen aan het perceel toegevoegd, maar gelet op de open constructie en verspreide ligging van de masten en portalen, en de parallelle plaatsing van de armen van de twee masten het dichtst bij de molen, is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter aannemelijk dat de windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt dan door de bestaande zes masten, die ook een aanzienlijke hoogte hebben en centraal op het perceel staan.

 

Terug naar vorige pagina