MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 
Molens Kinderdijk; ABRvS 21 december 2005

Volledige uitspraak: www.raadvanstate.nl, zaakno. 200505495/1

Relevante gegevens:

Beroep tegen afwijzing standplaatsvergunningen in molengebied Kinderdijk.

B&W hebben de weigering gemotiveerd met verwijzing naar de Notitie vent- en standplaatsvergunningen 2000. Daarin wordt onder meer nadere invulling gegeven aan de bevoegdheid van B&W om op basis van de APV een standplaatsvergunning te weigeren vanwege het belang van bescherming van bijzondere landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden. Voor het molengebied, dat een beschermde status bezit, wordt volgens het in de notitie geformuleerde beleid geen enkele standplaatsvergunning verleend.

Oordeel ABRvS:

Zoals de Afdeling reeds eerder heeft overwogen is dit beleid niet kennelijk onredelijk. De locaties waarvoor het college de vergunningen heeft geweigerd zijn gelegen in het molengebied, het college heeft de vergunningen conform het beleid geweigerd en niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het college had moeten afwijken van dit beleid. De conclusie is dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat geen grond bestaat voor het oordeel dat het college de standplaatsvergunning voor de locaties IJsclubgebouw en Bezoekersmolen en voor fotograferen in het gebied niet heeft mogen weigeren.

B&W hebben de Afdeling verzocht appellant met toepassing van art. 8:75 lid 1 Awb te veroordelen in de door het college gemaakte proceskosten. Daartoe betoogt het college dat appellant ieder jaar dezelfde vergunningen aanvraagt en steeds met dezelfde argumenten bezwaar maakt en beroep en hoger beroep instelt, zodat sprake is van onredelijk gebruik van procesrecht. Dit betoog faalt. Hierbij is onder meer van belang dat het appellant in beginsel vrijstaat voor ieder afzonderlijk jaar aanvragen in te dienen en inzake een in bezwaar gehandhaafde weigering hiervan beroep en hoger beroep in te stellen.

 

Terug naar vorige pagina