MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 
Rijnenburgermolen; ABRvS 1 februari 2005

Volledige uitspraak: LJN AS5465

Relevante gegevens:

Beroep (mogelijk aangespannen door omwonenden) tegen verlening bouwvergunning voor appartementencomplexen te Hazerswoude-Rijndijk. Zij betogen dat onvoldoende gewicht is toegekend aan de molenbiotoop van de Rijnenburgermolen.

Niet in geding is dat het bouwplan niet in overeenstemming is met de in de Nota planbeoordeling 2002 opgenomen 1/30 regel. In situaties waarin de vrije windgang en het zicht op de molen reeds zijn beperkt kan hiervan blijkens deze Nota worden afgeweken, mits de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt. Verdere afwijking van de toegestane bouwhoogte is slechts mogelijk na schriftelijke verklaring van geen bezwaar van GS, gehoord de eigenaar en eventuele beheerder van de molen. Een dergelijke verklaring is door GS afgegeven.

Oordeel ABRvS:

De omstandigheid dat de gemeente eigenaar is van de molen en tevens een financieel belang heeft bij verwezenlijking van het bouwplan, biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat GS in het kader van de afgifte van de verklaring van geen bezwaar onvoldoende zouden zijn geïnformeerd over de gevolgen van het bouwplan voor de molenbiotoop. Evenmin wordt het aannemelijk geacht dat bij de Provinciale Planologische Commissie, die over de afgifte van de verklaring van geen bezwaar heeft geadviseerd, onduidelijkheid bestond over de bouwhoogte van de voorziene appartementencomplexen.

Vastgesteld wordt dat de voor de molen overwegend bruikbare wind uit zuid tot zuidwestelijke richting komt en het bouwplan niet van invloed is op de vrije windvang vanuit deze richting. De huidige molenaar beschouwt de voorziene appartementen­complexen niet als een belemmering voor het functioneren van de molen. De stelling dat het standpunt van de huidige molenaar niet objectief zou zijn omdat deze werkzaam is voor de gemeente wordt in dit verband niet aannemelijk geacht.

Onder deze omstandigheden, en in aanmerking genomen de invloed op de vrije windvang van de molen die uitgaat van de bebouwing die ter plaatse reeds aanwezig is of op grond van een in rechte onaantastbare bouwvergunning zal worden opgericht, wordt geen grond gezien voor het oordeel dat B&W, door de vrijstellingen en bouwvergunningen te verlenen, onvoldoende gewicht hebben toegekend aan het belang bij bescherming van de molenbiotoop.

 

Terug naar vorige pagina