MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 
St. Antoniusmolen te Kessel; ABRvS 24 november 2004

Volledige uitspraak: LJN AR6304

Relevante gegevens:

GS van Limburg onthouden goedkeuring aan een wijziging van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van gemeente Kessel, aangezien B&W niet alle relevante belangen, waaronder in het bijzonder het belang van de in de nabijheid van het plangebied gelegen St. Anthoniusmolen, bij de vaststelling van het wijzigingsplan hebben betrokken. Het wijzigingsplan is wél in overeenstemming met de in het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden.

Belanghebbende bij de wijziging gaat in beroep en stelt dat het realiseren van een tuinbouwbedrijf in de nabijheid van de molen - gezien de in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ opgenomen wijzigingsbevoegdheid - zonder meer aanvaardbaar is. Volgens hem dient, mede gelet op het ontbreken van nieuwe inzichten en nieuw beleid, niet nogmaals een belangenafweging plaats te vinden. Hij betoogt tevens dat GS wel goedkeuring hebben verleend aan een ander wijzigingsplan dat in bebouwing in de omgeving van de molen voorziet. Tot slot wijst hij er op dat de molen in de toekomst zal worden verplaatst.

Oordeel ABRvS:

De Afdeling stelt voorop dat het in dit geval gaat om een bevoegdheid tot wijziging en verder dat deze bevoegdheid in het bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied van relatief grote omvang. Gelet hierop hebben B&W een zekere beleidsvrijheid t.a.v. de vraag of en zo ja, op welke wijze van de wijzigingsbevoegdheid gebruik wordt gemaakt.

B&W hebben in het vaststellingsbesluit betreffende het wijzigingsplan echter volstaan met de constatering dat het wijzigingsplan voldoet aan de bij het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Volgens de Afdeling konden GS zich in dat kader in redelijkheid op het standpunt stellen dat B&W bij de vaststelling van het wijzigingsplan de belangen bij bescherming van de molen en de omgeving daarvan in de afweging had moeten betrekken.

T.a.v. de gemaakte vergelijking met een ander wijzigingsplan dat in bebouwing in de nabijheid van de molen voorziet, was volgens de Afdeling niet gebleken dat die situatie zodanig overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie, dat GS om deze reden hadden moeten instemmen met het voorliggende wijzigingsplan. Zo maakte het voorliggende wijzigingsplan de bouw van een woning mogelijk.

Tenslotte oordeelde de Afdeling dat niet aannemelijk was gemaakt dat de plannen m.b.t. verplaatsing van de molen zo ver gevorderd waren, dat GS hieraan in redelijkheid niet had kunnen voorbijgaan.

 

Terug naar vorige pagina