MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 
Molen(s) te Smallingerland; ABRvS 8 september 2004

Volledige uitspraak: LJN AQ9908

Relevante gegevens:

Beroep tegen het goedkeuringsbesluit van GS Friesland betreffende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Smallingerland. Stichting Behoud Fries Cultuurlandschap stelt o.a. dat een algemene natuurbestemming met de mogelijkheid voor waterberging en moerasvorming en de daarmee gepaard gaande verdichting leidt tot onvoldoende garanties voor het behoud van de karakteristieke openheid. Tevens is volgens haar vaststelling van een molenbeschermingszone ten onrechte niet voorgeschreven. Ook stichting De Lege Midden richt zich op het ontbreken van waarborgen voor de openheid van het landschap, in het bijzonder voor zover dit betreft een gebied van 1.500 meter rondom drie molens ten zuiden van It Eilân.

Oordeel ABRvS:

De Afdeling constateert dat de molens als zodanig op de plankaart zijn aangeduid en rondom de molens op de plankaart molenbeschermingszones met een straal van 400 m zijn aangegeven.

De Afdeling overweegt dat niet is gebleken dat een molenbeschermingszone met een straal van 400 m in dit geval ontoereikend is om de bij de molens betrokken belangen te beschermen en oordeelt dat GS voor een zone met een straal van 1.500 m dan ook in redelijkheid geen aanleiding behoeven te zien.

M.b.t. de vraag of de bij de molens betrokken belangen voldoende in de afweging zijn betrokken stelt de Afdeling vast dat volgens de planvoorschriften binnen de molenbeschermingszone het beleid erop zal zijn gericht te voorkomen dat het huidige en/of toekomstige functioneren van de desbetreffende molen door windbelemmering wordt beperkt, en de landschappelijke en cultuurhistorische betekenis wordt aangetast. Zo is in een gebied met een straal van 100 m rond de molen in principe geen nieuwe bebouwing of hoogopgaande beplanting (hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek) toegestaan en geldt in het overige gedeelte van de molenbeschermings­zone een 1:100 regeling. Vastgelegd is verder dat de doeleinden t.a.v. natuur en landschap zullen worden nagestreefd d.m.v. behoud dan wel versterking van onder meer het (uit)zicht op de windwatermolens.

Wat betreft de vrees dat in de gedeelten van de molenbeschermingszones spontaan opgaande beplantingen zullen ontstaan en de planregeling hiertoe geen beletselen bevat, overweegt de Afdeling dat de planregeling niet voorziet in de door appellanten bedoelde natuurontwikkeling. De regeling is voor deze gedeelten gericht op het zo veel mogelijk waarborgen van de openheid van het landschap. Niet aannemelijk is gemaakt dat zich in deze gedeelten, mede gelet op de doeleindenomschrijving de planvoorschriften, spontaan bos zal ontwikkelen waardoor de openheid van het landschap op den duur zal verdwijnen.

(Nb. Vanwege het feit dat de stichting De Fryske Mole niet tijdig een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan heeft ingediend bij de gemeenteraad (hetgeen voorwaarde is voor de mogelijkheid om in beroep te gaan) wordt het beroep van deze stichting niet ontvankelijk verklaard)

 

Terug naar vorige pagina