MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 

Beroep

Op het moment dat u gedurende de tervisielegging van het bestemmingsplan een zienswijze hebt ingediend, maar de gemeenteraad deze zienswijze naast zich neer legt, bestaat er nog een laatste mogelijkheid om deze uitspraak aan te vechten. U dient dan een beroepschrift in te dienen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag.

Het proces verloopt als volgt:

  • Indiening beroepschrift (art. 6:4 lid 3; 6:5; 8:1 Awb.): -Het griffierecht wordt geheven van de indieners van het beroepschrift (art. 8:41 lid 1 Awb.). Er is gewoon procesvertegenwoordiging mogelijk voor onbekwame personen, zoals minderjarigen en onder curatele gestelden door resp. hun wettelijk vertegenwoordigers en hun curator (art. 8:21 lid 1 en 8:22 Awb.).
  • De bestuursrechter kan eventueel voorafgaande beslissingen nemen, zoals “verwijzing naar een andere rechtbank, waar al een zaak in behandeling is die nauw verwant is met deze zaak” (art. 8:13 Awb.), voeging en splitsing waarbij zaken over hetzelfde onderwerp worden gevoegd bij dezelfde rechtbank en splitsing bij het omgekeerde geval (art. 8:14 Awb.). Ook kan ze beslissen tot het volgen van een bijzondere procedure: versnelde behandeling of vereenvoudigde behandeling. Versnelde behandeling vindt plaats bij spoedeisendheid en in het belang van het onderzoek (art. 8:52 Awb.). Vereenvoudigde behandeling kan plaatsvinden, als een onderzoek ter zitting niet nodig is (art. 8:54 Awb.), in de gevallen dat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, het beroep kennelijk ongegrond is of het beroep kennelijk gegrond is. Het onderzoek ter zitting vindt in dat geval niet plaats. Tegen de uitspraak na vereenvoudigde behandeling kan de belanghebbende of het bestuursorgaan verzet instellen bij de rechtbank (art. 8:55 lid 1 Awb.).
  • Wisseling van stukken (art. 6:14 lid 2 Awb.): - verweerschrift moet binnen vier weken na de dag van verzending van het beroepschrift worden verzonden (art. 8:42 lid 1 Awb.).
  • dossier bestuursorgaan wordt ingediend (art. 8:42 lid 1 Awb.)
  • er is derden-inbreng mogelijk (art. 8:43 lid 2 Awb.)
  • mogelijkheid tot repliek en dupliek (verweer van de eiser op het verweerschrift en verweer op het repliek) (art. 8:43 lid 1 Awb.).
  • Eigen onderzoek door de bestuursrechter: - comparitie (verschijning van partijen) (art. 8:44 Awb.)
  • Verzoek om inlichtingen (art. 8:45 Awb.)
  • Oproeping van getuigen (art. 8:46 Awb.), deskundigen (art. 8:47 Awb.)
  • Onderzoek ter plaatse (art. 8:50 Awb.)
  • De partijen worden tenminste drie weken voor de zittingsdatum uitgenodigd door de rechtbank (art. 8:56 lid 1 Awb.)

6.    De partijen kunnen tot tien dagen vóór de zitting nadere stukken indienen (art. 8:58 lid 1 Awb.).

  • De bestuursrechter kan besluiten, dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft indien alle partijen daarvoor hun toestemming hebben gegeven (art. 8:57 Awb.).

7.    Onderzoek ter zitting: - De zitting is in beginsel openbaar (art. 8:62 lid 1 Awb.; art. 121 Grondwet; art. 6 EVRM).

  • De griffier maakt aantekeningen in de vorm van een proces-verbaal van de zitting (art. 8:61 lid 1 + 3 Awb.).
  • De rechtbank kan bepalen dat het onderzoek ter zitting wordt geschorst en dat het vooronderzoek wordt hervat (art. 8:64 lid 1 Awb.).
  • De partijen kunnen het laatste woord voeren (art. 8:65 lid 2 Awb.)
  • De bestuursrechter sluit het onderzoek ter zitting wanneer zij van oordeel is, dat het is voltooid (art. 8:65 lid 1 Awb.). Daarna deelt de bestuursrechter de datum mee van de uitspraak (art. 8:65 lid 3 Awb.).
  • Beraadslaging in de raadkamer: - dit geeft soms nog aanleiding tot heropening van de zaak (art. 8:68 Awb.).
  • Uitspraak: - de beslistermijn voor de schriftelijke uitspraak bedraagt zes weken na het sluiten van de zitting (art. 8:66 lid 1 Awb.) en de mondelinge uitspraak kan meteen na het sluiten van de zitting.
  • De rechter doet uitspraak over het ingestelde beroep (art. 8:70 Awb.).
  • Mogelijke uitspraken: - gegrondverklaring van het beroep (art. 8:72 lid 1  het hoger beroepsorgaan bevestigt de uitspraak van de lagereàAwb.)  bestuursrechter met overneming van gronden of met verbetering van gronden. Daarentegen is er een gehele of gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak van de lagere bestuursrechter mogelijk.

Bijzondere uitspraken:

  • het geheel of gedeeltelijk in stand blijven van de gevolgen van een vernietigd besluit (art. 8:72 lid 3 Awb.).
  • Het stellen van een termijn voor het nemen van een nieuw besluit of het verrichten van een andere handeling (art. 8:72 lid 4 Awb.).
  • Het stellen van een uitspraak in plaats van het vernietigde besluit (zelf in de zaak voorzien) (art. 8:72 lid 4 Awb.). De rechter mag echter niet op de stoel van het bestuursorgaan zitten. Zij mag slechts zelf in de zaak voorzien als er nog maar één beslissing mogelijk is.
  • Het opleggen van een dwangsom aan het bestuursorgaan (art. 8:72 lid 7 Awb.).
  • Veroordeling tot schadevergoeding zoals het “zelfstandig schadebesluit” in de zaak Van Vlodrop (art. 8:73 Awb.).
  • Vergoeding van griffierecht door de verliezende partij (art. 8:74 Awb.).
  • Veroordeling in de proceskosten (kosten die zijn gemaakt in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank) (art. 8:75 en 8:75a Awb.) die de verliezende partij moet betalen.
  • Het instellen van hoger beroep heeft geen schorsende werking (art. 6:16 Awb. en art. 6:24 Awb.).

 

Terug naar vorige pagina