MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 

Standaardtekst van bestemmingsvoorschriften

Hier vindt u een standaardtekst van de bestemmingszone zoals die in een bestemmingsplan kan worden opgenomen. Om het belang van deze voorschriften voor andere partijen duidelijk te maken, is het van belang ook een toelichting op de bestemmingsvoorschriften toe te voegen. Een standaardvoorbeeld van zo’n toelichting vindt u hier.

Bestemmingsvoorschriften

Artikel 1. Molenbeschermingszone (dubbelbestemming)

1.1. Doeleindenomschrijving

Naast de overige krachtens dit bestemmingsplan aan de gronden gegeven doeleinden zijn de als 'Molenbeschermingszone' bestemde gronden primair bestemd voor:

    A  bescherming van de functie als werktuig van de in dit gebied voorkomende windmolen, onder andere gelet op de windvang;
    B  bescherming van de waarde van deze molen als landschapsbepalend element.

1.2. Bouwvoorschriften

Voor het oprichten van bouwwerken geldt het volgende:

    A.    de maximale bouwhoogte binnen molenbeschermingszone A (zone A is de eerste 100 m vanaf de molen) op de plankaart bedraagt de binnen de zone aangegeven hoogte;
    B.    binnen de op de plankaart aangegeven molenbeschermingszone B (zone B begint vanaf 100m uit de molen) mag maximaal zo hoog worden gebouwd als de maat die voor deze zone op de plankaart is aangegeven; als maximale bebouwingshoogte geldt de uitkomst van de volgende formule

(afstand tot de molen / 140)¹ + (0,2 * askophoogte)²
Noot 1: Voor open gebied bedraagt dit getal 140; voor ruw en gesloten gebied bedraagt de waarde 75 respectievelijk 50.

Noot 2: De askophoogte is de hoogte waarop de wieken zijn bevestigd, gemeten vanaf het peil van waaraf de hoogte van de in de aanhef van artikel 1.2 bedoelde bouwwerken wordt gemeten.

    C.    in afwijking van het bepaalde onder a en b is bebouwing met een grotere hoogte in de volgende gevallen toegestaan:
      1.   het betreft een bouwwerk met een bestaande grotere hoogte; of
      2.   het betreft een bouwwerk, dat gezien vanuit de molen aan de achterzijde van bestaande bouwwerken wordt opgericht, en waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
        a.   de hoogte en breedte blijft binnen de contouren (hoogte, breedte) van de bouwwerken waarachter deze wordt opgericht
        b.   het bouwwerk wordt aan een bestaand bouwwerk gebouwd dan wel vrijstaand opgericht binnen een afstand van ten hoogste 10 m uit bestaande bouwwerken;
        c.    het vloeroppervlak van krachtens deze bepaling opgerichte bouwwerken mag in totaal niet meer bedragen dan 10% van de bouwwerken waarachter wordt gebouwd;
        d.   het oprichten van een bouwwerk is uitsluitend toegestaan, voor zover dit mogelijk is op basis van de overige voor deze bestemming geldende bestemming.

1.3. Gebruiksbepaling (gebruik anders dan bouwen)

  • Het is verboden aanwezig te hebben:
    • bovengrondse constructies, installaties of apparatuur ;
    • beplanting in de vorm van bomen, heesters of andere opgaande begroeiing;

tot een hoogte die groter is dan de hoogte die in lid 1.2 onder a en b als maximum is aangegeven.

  • In afwijking van het bepaalde onder a is het in dat lid genoemde gebruik toegestaan indien het betreft bestaand gebruik met een grotere hoogte.

1.4. Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 1.5 is een strafbaar feit als be­doeld in artikel 1a onder 2° Wet op de economische delicten³

Noot 3: Hierin wordt (o.a.) overtreding van voorschriften strafbaar gesteld bij of krachtens art. 10 WRO (dat de vaststelling van een bestemmingsplan regelt).

1.5. Vrijstelling

1.5.1. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 1.2 voor bebouwing op een andere locatie, met een grotere hoogte of een grotere breedte. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

  • vrijstelling kan alleen worden verleend voor zover bebouwing:
    • onder de voorwaarden als bedoeld in lid 1.2 onder c;
    • dan wel krachtens het bepaalde elders in deze voorschriften en/of op de plankaart aan de achterzijde van bestaande bebouwing of beplanting niet mogelijk is;
    • of indien de bebouwing of ander gebruik onder de voorwaarden als bedoeld in lid 1.2 onder c om bedrijfstechnische redenen redelijkerwijs niet mogelijk is;
  • vrijstelling kan alleen worden verleend voor bouwwerken tot in totaal een vloeroppervlak van maximaal 10% van de bebouwing waarbij wordt gebouwd;
  • verlening van vrijstelling is uitsluitend toegestaan, voor zover het voorgenomen bouwen of gebruik mogelijk is op basis van de overige voor deze gronden geldende bestemming(en).

1.5.2. Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van:

  • het bepaalde in lid 1.2 onder a en onder b voor het toelaten van hogere bebouwing;
  • het bepaalde in lid 1.3 onder a voor een gebruik als bedoeld in dat lid voorzover met windtunnelonderzoek kan worden aangetoond dat door verlening van vrijstelling geen aantasting van de windvang optreedt. Voordat de vrijstelling wordt verleend, wordt advies ingewonnen van de vereniging De Hollandsche Molen. De vrijstelling wordt alleen opgenomen wanneer de windtunnelmethode niet reeds bij de totstandkoming van het bestemmingsplan is gebruikt.

1.6. Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te stellen aan de situering en afmetingen van bebouwing of beplanting ter bescherming van het in lid 1.1 bedoelde belang.

Artikel 2. Molen

2.1. Doeleindenomschrijving

De op de plankaart als 'Molen' aangegeven gronden zijn bestemd voor:

  • instandhouding van de historische molen;
  • bescherming van de molen als gemeentelijk of rijksmonument.

2.2. Afstemmingsregeling

Op de gronden binnen deze bestemming zijn primair bestemd als 'Molenbeschermingszone' zoals bedoeld in Artikel 1.

2.3. Bebouwing

Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken die ten dien­ste staan van deze bestemming.
Voor het oprichten van bouwwerken gelden de volgende regels:

  • gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het op de plankaart aangegeven bebouwingsvlak;
  • de hoogte van de molen mag niet meer bedragen dan de bestaande hoogte;
  • de hoogte van andere gebouwen mag niet meer bedragen dan hoogte van de belt of de stelling, of dan de bestaande hoogte van gebouwen, indien deze laatste hoger is.

 
Een toelichting bij de standaardtekst voor een molenbeschermingszone vindt u hier.

 

 

Terug naar vorige pagina