MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 

Het bestemmingsplan: een belangrijk instrument

In het bestemmingsplan is vastgelegd wat er in een gebied mag worden gebouwd (hoogte, oppervlakte, plaats) en waarvoor bebouwing en grond gebruikt mogen worden. Dat laatste is van belang in verband met mogelijke beplanting. De omgeving van de molen kan het beste worden beschermd als de gemeente een molenbeschermingszone in haar bestemmingsplan opneemt. Binnen deze zone gelden normen die aansluiten bij de eisen die de molen aan zijn omgeving stelt. Alle toekomstige beplanting en bebouwing in dat gebied moeten daaraan getoetst worden.

Het is dus zaak er goed op te letten dat het bestemmingsplan voor het gebied rond een molen regels geeft die de hoogte van bebouwing en beplanting zoveel als nodig en mogelijk is beperken. Zoveel als voor de windvang van en het vrije zicht op de molen nodig is. Zoveel als met andere belangen rekening houdend mogelijk is.

De belangenafweging hoeft een molenorganisatie niet zelf te maken, dat is de taak van het gemeentebestuur. Toch is het niet verstandig om net te doen alsof er geen andere belangen in het spel zijn. Reeds bestaande bebouwing en beplanting kan men via een nieuwe bestemmingsregeling niet zomaar onrechtmatig maken. Bij zaken die reeds bestaan is namelijk sprake van verkregen rechten. Voor alles geldt dat wat men in goed overleg kan regelen vaak het best in stand blijft. Formele regelingen zijn wel nodig om, als het niet anders kan, zaken af te kunnen dwingen of tegen te kunnen houden. Ook zijn ze van belang om zaken die in goed overleg tot stand gekomen zijn, vast te leggen en officieel te maken.

Verschillende provincies geven in hun verordeningen (bijvoorbeeld Gelderland) of hun richtlijnen voor de beoordeling van bestemmingsplannen (bijvoorbeeld Noord-Holland) aan dat een molenbeschermingszone in het bestemmingsplan moet worden opgenomen. Nog niet alle gemeenten nemen de beschermingszone echter ook daadwerkelijk in hun bestemmingsplannen op.

 

Terug naar vorige pagina