MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 

Water- en stuwrechten

Gebaseerd op een artikel van W.F.A. Heemskerk, getiteld Oude molen- en stuwrechten. Relicten van realia minora. (Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis nr. 1 mei 1992, pp. 15-24).

Onder water- en stuwrecht verstaat men het recht tot gebruik van het water in een beek, respectievelijk het recht tot het opstuwen ervan. Daarnaast kennen we van oudsher het molenrecht: het recht tot oprichting of instandhouding van een watermolen. Een molen kan molenrecht hebben zonder stuwrecht, terwijl ook het omgekeerde mogelijk is. Terwijl het windrecht tegenwoordig geen geldige juridische basis meer heeft, geldt dat nog wel voor het molen-, water- en stuwrecht.

‘De essentie van de bedrijfsvoering van watermolens is dat de gewenste doorlaat van het water geschiedt via een in het water bij de molen gelegen stuwinrichting met minimaal twee sluizen, en wel een maalsluis en een losluis. Bij het optrekken van de maalsluis stroomt het water op of tegen het waterrad; de lossluis voert het water om het waterrad heen, indien er gemalen wordt of indien de stroom een te hoge waterstand heeft.’

Vanuit de rivier of de beek wordt het water naar de molen gevoerd via een gegraven molentak, eventueel met een molenvijver. De eigenlijke loop van de rivier in de omgeving van de watermolen wordt afslagtak genoemd. Het noodzakelijk verval wordt verkregen door de sluisschutten zo te laten zakken dat het water bovenstrooms wordt opgestuwd.
In de loop der tijd zijn door de provincie c.q. waterschappen ten aanzien van haast alle watermolens met hun stuwen molenpeilbesluiten genomen. Daarbij werd het kunstmatig opstuwen van het water aan een maximale stuwhoogte geboden. Dit had vaak gevolgen voor de oude molen- en stuwrechten. Overigens is het juridisch ook mogelijk om naast een maximum stuwpeil ook een minimumpeil aan te houden.

Molen- en stuwrechten kunnen worden opgeheven door:

  1. Afstand doen. De rechthebbende laat het bevoegd gezag schriftelijk weten dat hij van zijn molen- en stuwrecht geen gebruik meer wil maken.
  2. Afkoop/aankoop. Het waterschap Midden Limburg en het waterschap Geleen- Molenbeek hebben in het verleden diverse stuwrechten afgekocht.
  3. Vermenging. Hiervan is sprake wanneer de watereigenaar de stuwrechten in eigendom krijgt.
  4. Onteigening. Dit kan alleen tezamen met het betrokken deel van de stroom en de molen zelf, uiteraard tegen schadevergoeding.
  5. Het niet gebruik maken van het recht. In beginsel kan een molen- en stuwrecht door het niet benutten daarvan vervallen, wanneer de molen langer dan 30 jaar niet meer in bedrijf is geweest. Dit moet echter eerst wel bewezen worden.

 

Terug naar vorige pagina